Als de studierichting Fine Art van hogeschool ArtEZ uit Arnhem verdwijnt, dan heeft de stad dat deels aan zichzelf te wijten. Dat stellen GroenLinks-raadslid Tobias de Groot en kunstenaar Rob Voerman in reactie op de discussie binnen ArtEZ over de toekomst van deze studierichting.
De focus in de stad ligt te veel op mode; beeldende kunst telt steeds minder mee, stellen ze.
ArtEZ wil het aantal studenten Fine Art (de opleiding tot beeldend kunstenaar) verlagen van 475 naar 350. Op dit moment is dat verdeeld over Enschede (265), Arnhem ( 120) en Zwolle ( 90).
Of er één locatie wordt afgestoten of dat elke locatie een aantal studenten inlevert, is momenteel onderwerp van studie. Binnen ArtEZ- Arnhem leeft de vrees dat deze locatie aan het kortste eind zal trekken en wordt afgestoten, ten gunste van Enschede.
Volgens De Groot spelen omgevingsfactoren een rol in die discussie. “We praten in Arnhem al jaren over voldoende ateliers en creatieve broedplaatsen voor kunstenaars, maar er wordt geen voortgang geboekt”, stelt hij. “Wethouder Van Wessem zou in juni met voorstellen komen over het gebruiken van leegstaande kantoren als ateliers, maar tot nu toe blijft het stil. Ook is het lang wachten op een volgende Sonsbeek-tentoonstelling. Dat zijn allemaal dingen waar ArtEZ ook naar kijkt.”
Het raadslid stelt dat de focus in Arnhem te veel op mode is gericht. “Beeldende kunst is ook heel belangrijk. Er werken veel mensen, bovendien inspireert kunst de mode. Arnhem heeft een traditie op het gebied van beeldende kunst, maar de stad moet wel aan ArtEZ laten merken dat ze dit op waarde weet te schatten.”
Beeldend kunstenaar Rob Voerman sluit zich daarbij aan. “Het zou heel slecht voor Arnhem en de academie zijn als de richting vrije kunst hier verdwijnt. Zo hol je de opleiding uit, want alle disciplines beïnvloeden elkaar”, zegt hij. “ Maar eerlijk gezegd verdient Enschede deze studierichting meer dan Arnhem. Enschede lijkt beeldende kunst wel te waarderen en heeft daar stevig in geïnvesteerd. In Arnhem is de afgelopen jaren uitsluitend de mode- mantra te horen en wordt cultuurbeleid verward met citymarketing. Modeontwerpers worden in de watten gelegd. Daarnaast lijken beeldend kunstenaars zowat niet meer te bestaan in deze stad.” Voerman memoreert de sluiting van het CBKG, de teloorgang van kunst in de openbare ruimte en het ontbreken van een consistent atelierbeleid en tentoonstellingsprogramma. “ Arnhem kan een voorbeeld nemen aan Enschede.”
Bron: De Gelderlander 8 november 2011